Onderzoeken en schrijven

tekeningetje jhh brief thorbecke

Joost Hiddes Halbertsma

 

Dit is een tekeningetje van Joost Halbertsma in een brief aan J.R. Thorbecke. Het is mei 1843 en Halbertsma wordt door vriend en vijand aangevallen vanwege zijn opstel over de leer van Boeddha. Gelovig Nederland had ‘den banblixem’ over hem uitgesproken, schrijft hij aan Thorbecke, omdat hij in zijn opstel het boeddhisme met het christendom vergeleek zonder te benadrukken dat de christelijke leer boven die van Boeddha stond. Halbertsma (1789-1869) was dominee, maar liet zich weinig gelegen liggen aan kerkelijke dogma’s of dictaten van hervormde theologen. Hij tekende één van die theologen en ertegenover een duivel.

De biografie (onderzoek sinds 2010)

Geloofskwesties is maar één van de aspecten van mijn onderzoek naar de negentiende-eeuwse dominee, schrijver, onderzoeker, echtgenoot en vader Joost Halbertsma. Zijn taalonderzoek en zijn interesse in de Europese politiek zijn twee andere belangrijke aandachtspunten. Daar heb ik in mijn proefschrift al de nodige aandacht aan geschonken. Maar nu ik me op een biografie richt, verdiep ik me evengoed in de manier waarop hij zijn geld (en dat van de hele familie) beheerde en belegde, zijn sociale leven in Deventer, zijn zomervakanties op Zathe Westerein bij Workum, en zijn bezoeken aan Engeland, Ierland en Schotland, aan Parijs en een paar Duitse steden, en zijn grote reis naar Rome en Napels. Zijn opmerkingen over ‘wissels’ die al dan niet zijn opgestuurd, zijn spreekbeurten voor het Natuur- en scheikundig genootschap in Deventer, zijn contact met de boeren op zijn boerderijen in Friesland, zijn observaties over de staalfabrieken in Newcastle en de politieke stemming in Rome in 1859, zijn bezoek aan de villa van Horatius bij Tivoli en de kleine lavahaardjes aan de oostzijde van de Vesuvius bij Napels, de ongemakken en verrassende contacten onderweg en zijn gesprekken over de politiek van Napoleon III en de Krimoorlog geven aanleiding me te verdiepen in de meest uiteenlopende aangelegenheden. Dat levert een fascinerend beeld op van een actieve en betrokken negentiende-eeuwse burger waarvan er toen zoveel waren, maar dan wel eentje die heel ongemakkelijk en onorthodox was, en tegelijk vol bravoure en humor. Onder publicaties zijn de titels van mijn publicaties over Joost Halbertsma te vinden

Eerder onderzoek 

Van 2001 tot 2009 deed ik onderzoek naar de internationale geleerde contacten van Joost Halbertsma bij de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde van de Universiteit van Amsterdam. Dat onderzoek viel niet onder letterkunde in de moderne zin van het woord, maar onder cultuurgeschiedenis. Centraal stond de correspondentie van Joost Halbertsma met Europese geleerden over taal en taalstudie. En daarbij ging het vooral om de maatschappelijke context(en) waarbinnen de uitwisseling van kennis en ideeën tussen deze geleerden functioneerde.

Halbertsma leefde van 1789 tot 1869. Hij stond bij geleerden in diverse landen in West Europa bekend als specialist op het gebied van het Gotisch en het Fries. Daarom schreef hij met Duitse geleerden, Engelsen, en Denen, zoals Jacob Grimm, Joseph Bosworth, en Rasmus Rask. Maar hij correspondeerde ook met Italianen zoals graaf C.O. Castiglioni en B. Biondelli uit Milaan.

Joost Halbertsma was niet alleen een taalgeleerde die gespecialiseerd was in Friese en diverse Nederlandse en Engelse dialecten: hij was ook de grote drijfveer achter de Rimen en teltsjes, de verzameling gedichten en verhalen die het fundament voor de Friese letterkunde geworden is. Samen met zijn broers Eeltje en Tjalling maakte Joost Halbertsma van het Fries een literaire taal. De activiteiten van de gebroeders Halbertsma zijn voor de culturele identiteit van het negentiende en twintigste-eeuwse Friesland van groot belang gebleken. Joost en zijn broers worden daarom door velen gezien als de grondleggers van het Fries cultureel nationalisme. In mijn onderzoek komt Joost echter veel meer naar voren als iemand die zich betrokken voelde bij maatschappelijke processen die heel Europa aangingen, processen van democratisering en technologische vernieuwing die zich in de verschillende landen op heel verschillende manieren en in verschillende snelheden ontwikkelden, en grote gevolgen hadden voor individuen en gemeenschappen, in de stad en op het platteland, in regionaal en nationaal, en zelfs internationaal verband. Joost Halbertsma had een scherp oog voor deze processen en probeerde met zijn opstellen en Friese verhalen bij zijn medeburgers een zekere bewustwording op gang te brengen, zodat ze in deze processen konden participeren. Zijn kennis van en bemoeienis met het Fries was één van de middelen die hij inzette om deze bewustwording tot stand te brengen.

Ander onderzoek

Lang voor ik me op Halbertsma richtte heb ik me vrij intensief verdiept in de Italiaanse schrijver Silvio D’Arzo (1930-1952).

Van zijn kleine oeuvre, zijn merkwaardige stijl, zijn geweldige essays heb ik zoveel geleerd.

En wat een leven… zo kort en zo intens.

Voor enkele vertalingen van werk van Silvio D’Arzo zie publicaties.

 

Iemand anders die me nogal fascineert is de Friese schrijver F.S. Sixma baron van Heemstra (1916-1999). Eerst en vooral door zijn curieuze kleine roman Leafdedea. Maar ook door zijn Roman hagois en zijn opstellen over mode en architectuur. Onder publicaties zijn enkele essays over hem te vinden.

Tijdens mijn onderzoek naar Halbertsma kwam ik andere achttiende en negentiende-eeuwers tegen die me om de één of andere reden gingen interesseren. De Deens-Duitse diplomaat B.G. Niebuhr (1776-1831) was één van hen. Zo boeiend, die dagboeken die hij bijhield toen hij in 1808 Nederland bezocht! Mijn naspeuringen heb ik in twee lezingen verwerkt.

Een ander was Meinard Tydeman (1741-1825), een geleerde duizendpoot. Over hem heb ik samen met enkele andere onderzoekers in 2011 een symposium georganiseerd waarvan de bijdragen zijn gepubliceerd in het Tijdschrift voor Biografie (zomer 2012).